Landkaarten - Plattegronden - Gravures
HomeCatalogusCartografieVoorwaardenContact
Inleiding
Cartografen
Druktechnieken
Inkleuren
Inkleuren


Het kleuren van de kaart


Er waren etsers en er waren graveurs en sommigen waren zelfs in beide technieken bedreven. Het was geen gemakkelijk vak om te leren en graveurs die een kaart van Mercator of Blaeu aankonden, waren er niet zoveel. Na jaren onverdroten arbeid kwamen slechts enkelen - laten we zeggen één procent der leerlingen - tot het meesterschap om door middel van vloeiende, gelijkmatige sneden, de fijnste details weer te kunnen geven. Goede graveurs werden dan ook goed en zelfs royaal betaald. Vaak sneden gespecialiseerde graveurs alleen lijnen, of het schrift of de versieringen. De beste graveur of etser kreeg de moeilijkste opdrachten en de minder begaafde of de leerling datgene wat gemakkelijker of minder belangrijk was. Het kwam vaak voor dat een detail, de naam van een uitgever of een opdracht uitgeslepen werd en door een andere naam of voorstelling vervangen. Bij het aandachtig bekijken van sommige kaarten kunt u er de sporen van zien.

Eenmaal gedrukt en gedroogd kon de kaart nog gekleurd worden. Vanaf de tweede helft van de 16de eeuw was het de gewoonte om de voornaamste lijnen en punten op een kaart door kleur meer relief te geven. De inkleurders, "afsetters" of "verlichters" genoemd, behoorden tot een onafhankelijk beroep. Het is bekend dat Abraham Ortelius zijn loopbaan als kaartenkleurder is begonnen. Hele ateliers afsetters werkten volgens de wensen van de klant.

Dat het kleuren niet zo gemakkelijk was, kunnen we zien aan de bewaarde resultaten. De verf mocht er niet te dik opgesmeerd worden om de tekening niet te bedekken. Ook hierin speelde de bekwaamheid van de kleurder een beslissende rol. Er zijn zeer mooi ingekleurde kaarten. Klanten van Ortelius toonden een uitgesproken voorkeur voor de exemplaren van het "Theatrum", die door zijn zuster Anna gekleurd waren. Het vereiste daarbij meer dan gewone kennis van de heraldiek om de soms vrij ingewikkelde wapenschilden van de juiste kleur te voorzien. Het gebeurde vaak dat een cartograaf de kleuren bij voorbaat in zijn handschrift vastlegde. Uitleving van fantasie en artistiek gevoel in het graveren en kleuren kwam wel eens in conflict met de realistische weergave. In de 16de eeuw waren de kleuren wat dikker, wat minder transparant en ook wat donkerder dan in de daaropvolgende eeuw. In de tweede helft van de 17de eeuw werd het hoogste niveau door goed bezoldigde specialisten bereikt, terwijl het gewone seriewerk door weinig betaalde gebrekkigen en bejaarden opgeknapt werd, vaak was er ook sprake van kinderarbeid. Prachtige cartouches, al dan niet met goud verrijkt leken echte miniatuurschilderijen.

In de 18de eeuw kwam men stilaan terug van het vol inkleuren en beperkte men zich tot het kleuren der contouren. Toch werd er tot ver in de 19de eeuw met de hand gekleurd, ook nadat rond het midden van dezelfde eeuw de kleurendruk in gebruik kwam. De kleuren op oude kaarten zijn over het algemeen nog fris en helder, met uitzondering van het groen dat vaak in grauw of bruin veranderd is. In deze kleuren waren een soort chemicaliën verwerkt om de kleur zo mooi mogelijk weer te geven, alleen hebben die chemicaliën in de loop van de tijd wel het papier in meer of mindere mate aangevreten. Keert u een kaart om, dan ziet u vaak hoe lijnen en vlakken zich op de achterzijde aftekenen, ja, zelfs op het tegenoverliggende blad doorgedrukt zijn. Als dit echt duidelijk zichtbaar is kun je zien dat de kaart authentiek ingekleurd is en dat het geen kopie betreft. De specifieke samenstelling van elke kleur afzonderlijk, de kwaliteit van het gebruikte papier en de wijze waarop de kaart bewaard werd, zijn beslissend voor de min of meer grotere gaafheid van de kaart. Vochtigheid, fel zonlicht en gebrek aan lucht zijn de grote vijanden van een oude gekleurde gravure. Vooral oud rood lost gemakkelijk op bij de aanraking met water.

Zoals we reeds eerder aanstipten,werd de keuze der kleuren niet aan de fantasie van de afsetter overgelaten. Deze keuze werd door de overgeleverde kleurentraditie der handschriftkaarten bepaald. Zeeën, meren en rivieren werden blauw, bossen en weiden groen gekleurd, velden en wegen waren geel of bruin. De daken van de huizen waren rood, de kerken en andere hoge gebouwen grijs-blauw, volgens de kleuren van de pannen of leien. Bergen waren bruin geschaduwd of met rood in oker gestipt.